Bron: Peter Klapwijk, Onder glas, mei 2007
De Kromme Jongens
Onlangs hebben wij, als afsluiting van ons jaarlijkse bedrijfsfeestje, een voorstelling van de musical ‘De Kromme Jongens’ bezocht. We hebben genoten van dit voor ons overweldigende gebeuren. In deze voorstelling wordt de glastuinbouw en het Westland, zoals die de laatste decennia zijn geworden, op een unieke wijze gespeeld en bezongen. De strijd tussen glas en steen, en oude en nieuwe tijden worden hier treffend en beeldschoon neergezet. Sentimenten worden duidelijk losgemaakt. Een korte en diepe blik in haar ogen leerde me dat mijn wederhelft en ik veel Westlandser zijn dan wij zelf ooit gedacht hadden.

Gooi al die dure en lang doordachte rapporten over de rol en de toekomst van de glastuinbouw maar op een hoop, inclusief die prachtige hoogmodische Greenportvisie. Nee, hier werd het snel duidelijk: geef die Westlandse tuinders en kassenbouwers gewoon de ruimte. Met hun spirit, mentaliteit en werklust is de toekomst verzekerd van een groeiende en bloeiende bedrijfstak.

Helaas is het bijna stadsdeel ­ voorheen ­ Westland veel en veel te klein voor al deze energie en daadkracht. Sinds onze bedrijfsverplaatsing naar het Oostland, weet ik dat de autochtone bevolking alhier ook als echt Westlands ofwel “kromme jongens” gekwalificeerd kan worden. En als je er oog voor hebt dan vind je kromme jongens door heel Nederland. Soms spreken ze Fries of hebben ze een zwaar Zuid-Nederlands accent. Ook internationaal kom je ze met enige regelmaat tegen, geboren in de buurt van Warschau of Vancouver. Het zit niet in je geboortegrond, maar in je groene genen, moraal en tomeloze ondernemingslust.

Bij het begrip ‘behoud van onze centrumfunctie’ denk ik in landsgrenzen en niet in gemeentegrenzen. Onnodig vasthouden aan het oude, levert niet de optimale logistiek, schaal en infrastructuur op die nodig is om bedrijven bij de tijd en concurrerend te houden. Die centrumfunctie is onze achilleshiel en noodzakelijk om tuinbouwland nummer één in de wereld te blijven.

Maar of het nu bij Lelystad, Middenmeer of in de Peel gebeurt, die “kromme jongens” kom je overal weer tegen en bovendien zijn “de echte” hartstikke mobiel.

Peter Klapwijk